Het vormdeel
Het ontstaan van Individuele toepassingen
De grondstof wordt afhankelijk van de manier van vullen vanuit de silo danwel eerst naar de beladingstank danwel direct naar de vulpot getransporteerd. Bij de drukbelading wordt het materiaal in deze druktank onder druk opgeslagen en pas nadat de ingestelde beladingsdruk is bereikt, onder instandhouding van de druk naar de vulleiding getransporteerd. Een drukklep is alleen bij constante beladingsdruk nodig. Bij het drukvullen wordt het materiaal (bij beide wijzen van vullen) pneumatisch gecomprimeerd. Alleen bij de spaltvulling wordt het materiaal ongecomprimeerd doorgegeven.
In de volgende stap wordt de matrijs gesloten. Dit gebeurt normaalgesproken elektrisch. Pas enkele centimeters voor het sluiten starten hydraulische cilinders, die zorgen dat de matrijs gesloten blijft. Bij de spaltvulling wordt de sluitkracht van de cilinders en de korte hydraulische sluitweg voor de compressie van het materiaal gebruikt. Bij de drukvulling (beladen/onbeladen) moet eerst in de gesloten matrijs stuwdruk opgebouwd worden. Aansluitend wordt het materiaal uit de drukvulhouders door injectoren in de matrijs geïnjecteerd. Bij spaltvulling wordt zonder stuwdruk gewerkt. Bij de drukvulling wordt de matrijs door de afvoerventielen ontlucht. De deeltjes expanderen. Bij de spaltvulling wordt de matrijs nu volledig gesloten. Aan het begin van het stomen worden de stoom- en afvoerventielen kort geopend. De stoomkamers worden daardoor met stoom gespoeld. Daardoor wordt de lucht in de stoomkamers verdrongen.
Daarna volgt de kruisstoomfase. Daarbij wordt eerst aan één zijde het stoomventiel en aan de andere zijde de waterafvoer geopend. Aansluitend wordt ditzelfde proces aan de andere zijde herhaald. De stoom stroomt van de ene stoomkamer via de stoomsproeiers in de matrijs door het vormdeel in de andere stoomkamer. Stoomdruk en stoomduur bepalen de versmelting van het vormdeel.
Aansluitend wordt autoklaaf bestoomt. Daarbij worden beide stoomventielen bij gesloten afvalwaterventielen geopend. Hier bepalen stoomdruk en stoomduur de oppervlakte van het vormdeel (smeltlaag). De navolgende waterkoeling gebeurt door middel van sproeikoppen achter de matrijs. Voor het ontvormen heeft het vormdeel nog een stabiliseringstijd nodig, totdat de schuimdruk tot een acceptabele waarde afneemt.
Bij het openen van de vorm wordt het vormdeel met pneumatisch gestuurde uitduwdelen uit de matrijs gedrukt. Ook kan het ontvormen door een luchtstoot door de stoomsproeiers ondersteund worden.









